www.meesterrien.nl
 
HomeOnderwijsLessenLink  
 
Onderwijs
Algemeen
Presentatie
Met de beamer presenteren
Leren aantekeningen maken
VLL Filmpjes
kennisnet
Spel
Digitale prentenboeken
Stripboeken lezen
Groep 3
ELLO2
Groep 8
Groep 8b

Zoeken op de site

Meester Rien

Website voor:

  • Leraren
  • Leerlingen
  • Onderwijs
  •  
    Mijn eigen project

    Waar voldoet een goede presentatie aan?

    Presentatie

    Hoe ziet een goede PowerPoint-presentatie eruit?

    Een PowerPoint presentatie ondersteunt je verhaal. Dat wil dus zeggen dat het je presentatie beter en leuker maakt. Het is dus geen presentatie op zich. Je moet er bij blijven vertellen.

    Het voordeel van een mooie PowerPoint presentatie is dat het interessanter is voor je publiek en het is vaak ook duidelijker. Zo maken een paar leuke plaatjes (die misschien zelfs bewegen) een presentatie veel leuker om naar te kijken, dan wanneer iemand alleen een verhaal vertelt. En als je een paar trefwoorden of zinnen toevoegt is het voor het publiek een stuk duidelijker waar de presentatie over gaat.

    Hieronder vindt je een voorbeeld van een presentatie. Als je er zelf eentje maakt moet je je aan een paar basisregels houden.

    1. Zorg dat het leuk is om naar te kijken. Dus zorg voor een mooie achtergrond, een paar leuke plaatjes en een goede lay-out. Een paar regels tekst op een witte achtergrond is dus niet erg leuk om naar te kijken.

    2. Zet niet teveel tekst op de dia's. Hoe meer tekst, hoe minder interessant. Er kunnen dan twee dingen gebeuren. Of de mensen luisteren niet meer naar jouw verhaal omdat ze de tekst aan het lezen zijn, of ze kijken niet meer naar de presentatie omdat het teveel werk is om te lezen. In beide gevallen ben je dus de aandacht van je publiek kwijt. En dat terwijl de bedoeling van PowerPoint juist is dat luisteraars meer aandacht bij de presentatie hebben! Dus zorg voor een paar trefwoorden of korte zinnen en niet meer. (in de presentatie zie je een voorbeeldje van een dia met te veel tekst. Je ziet direct dat dat niet werkt)

    Voorbeeld PowerPoint-presentatie


    Links
    Presentatie geven
    Tips voor (verkoop) presenteren
    SchoolTV FFzoeken (Leren presenteren)

    Bronnen
    Geheugen van Nederland
    Nederlands Foto museum
    Beeldbank
    Clipart Microsoft

    Handleidingen
    Handleiding Openoffice Impress
    Microsoft Powerpoint Handleiding
    Maak indruk op de klas


    Presenteren

    Of je nu een tentamen doet of een presentatie houdt, zenuwen horen erbij. Denk jij dat anderen altijd veel minder last hebben van zenuwen dan jij? Geloof het maar niet, dat is schijn, tenzij je last hebt van faalangst. Mensen met faalangst vormen een uitzondering. Zenuwen spelen een grote rol bij belangrijke gebeurtenissen. Dat is goed, want zenuwachtig zijn betekent dat je alert bent. Het verwijst naar een optimaal spanningsniveau om een goede prestatie neer te zetten. Als je niet zenuwachtig zou zijn, maar juist super relaxt, dan zou je waarschijnlijk dingen vergeten of maar slordig uitvoeren. Er is alleen sprake van te veel zenuwen, als zenuwen je blokkeren. Je klapt op een onverwacht moment dicht en kunt niet meer doen, wat je van plan was en wat je normaal ook wel zou kunnen. Als dat vaker voorkomt in verschillende situaties dan zou je wel eens last kunnen hebben van faalangst.

    De doorsnee student is zenuwachtig voor een grote prestatie (tentamen of voordracht), maar een buitenstaander kan dat vaak niet zo goed zien. Bovendien verdwijnen die zenuwen vaak als sneeuw voor de zon, zodra de eerste zinnen zijn uitgesproken.

    Tips voor een goede presentatie

    Wat moet je doen om een goede presentatie te houden? Hieronder volgen zeven stappen:

    1. Bepaal de context van je presentatie. Geef je een voordracht in het kader van een project of is het je afstudeerpraatje? Of houd je een lezing voor leerlingen van je school? Waar houd je de presentatie en welke hulpmiddelen staan je ter beschikking? Heb je de beschikking over een bord, een overheadprojector of een computer met mogelijkheden voor een diashow?
    2. Bepaal het onderwerp van je presentatie en het doel. Wil je mensen informeren of wil je hen van iets overtuigen? Als je mensen wil overtuigen zijn argumenten en de opbouw van de argumenten belangrijk. Of wil je dat mensen na een korte inleiding gaan discussiëren? Wil je het publiek nieuwsgierig maken naar je verslag of wil je hen alles vertellen zodat ze je verslag niet meer hoeven te lezen?
    3. Bepaal je doelgroep. Wie is je publiek? Zijn het docenten of medestudenten of zijn experts uit het vakgebied? Het maakt nogal verschil of je een presentatie geeft voor werknemers van je stageplaats of medestudenten.
    4. Bepaal de kernpunten en de opbouw van je betoog. Zorg dat het geheel een logische structuur heeft en niet als los zand aan elkaar zit. Over het algemeen is een presentatie opgebouwd uit:
    • Een kop. Hierin wordt de presentatie geopend met een leuke anekdote of een citaat, waarin de kern van het onderwerp wordt aangegeven. Verder wordt verwezen naar het doel van de voordracht (informeren, discussiëren, overtuigen en dergelijke). De kop dient ook om het publiek te motiveren. Dat doe je door aan te geven welk belang het publiek heeft bij deze informatie of deze discussie. In de kop kun je ook een kort overzicht geven van de hoofdpunten die je gaat behandelen.
    • De kern. Deze omvat drie tot vijf punten in een logische volgorde. Het is beter om een paar kernpunten goed uit te werken, dan veel kernpunten oppervlakkig te behandelen. In het laatste geval wordt de presentatie een soort snelle opsomming. Het publiek zal dan snel afhaken, omdat het de aandacht er niet bij kan houden. Wanneer kernpunten goed uitgewerkt worden, is het makkelijker om het publiek te blijven boeien. Kernpunten goed uitwerken impliceert begrippen toelichten, stellingen verkondigen en van argumenten voorzien, voorbeelden geven, illustraties toevoegen en eventueel cijfermateriaal geven om het geheel te ondersteunen.
    • Een staart. Die omvat een samenvatting van het betoog, of te wel de rode draad met de conclusies en eventuele aanbevelingen. Een blik op de toekomst doet het ook altijd goed als afsluiter. Wil je een discussie dan kun je het geheel afsluiten met provocerende stelling of een activerende vraag. Eindig nooit met een cliché als: 'Hebt u nog vragen?' Als je wilt dat het publiek niets vraagt, moet je dat doen. Het publiek interpreteert zo'n cliché namelijk als een afsluiting en niet als een uitnodiging om een mening of commentaar te geven.

    5. Optimaliseer de kans op aandacht door de keuze van een goede invalshoek. Ga na waar de belangstelling van je publiek naar uitgaat. Misschien kun je een voorgesprek hebben met iemand die representatief is voor je publiek of die het publiek goed kent.

    6. Ontwerp een pakkende inleiding en leuke afsluiting. Dit maakt je verhaal levendig. Begin bijvoorbeeld met een aardige anekdote uit je eigen ervaring of gebaseerd op iets wat je in de krant hebt gelezen. Zorg er wel voor dat de anekdote de kern van je verhaal onderstreept, anders werkt het averechts. Illustraties of een cartoon kunnen je verhaal ook leuker maken, maar gebruik ze op gepaste momenten en overdrijf niet.

    1. Maak de hulpmiddelen klaar, zoals spreekschema, sheets, diashow, hand-outs, boeken en dergelijke.

    Een spreekschema is een minimaal uitgeschreven versie van je lezing. Schrijf nooit een presentatie helemaal uit, want dan bestaat het gevaar dat je gaat voorlezen. Niets is zo saai als het luisteren naar een voorgelezen verhaal. Ook een van buiten geleerd letterlijk verhaal is vaak slaapverwekkend. Schrijftaal is namelijk iets heel anders dan gesproken taal. In een lezing mag je best eens 'uh, …' zeggen. Het is helemaal niet erg om te aarzelen of iets niet te weten. In de ogen van je publiek word je daar meer mens van. Zorg ook dat je verstaanbaar bent. Als je het niet zeker weet, controleer dat dan even door het publiek achter in de zaal te vragen of je verstaanbaar bent.

    Een spreekschema is een velletje papier waarop je de beginzin en de eindzin volledig uitschrijft. Verder staan er een paar tussenzinnen en wel op punten, waar je moeilijkheden verwacht. Voor het overige volsta je in een spreekschema met trefwoorden, die dienen als geheugensteuntje. Als je zo'n trefwoord ziet, weet je wel ongeveer wat je zeggen moet. Verder kun je op je spreekschema details vermelden, die moeilijk te onthouden zijn, zoals data of cijfers. Tot slot kun je nog aanwijzingen voor jezelf noteren, zoals: 'hier rustig praten' of 'hier het publiek even aankijken' of 'hier een vraag stellen', 'nu sheet vijf laten zien' en dergelijke. Wanneer je erg gebonden bent aan de tijd, omdat je presentatie bijvoorbeeld niet langer dan 20 minuten mag duren, kun je op je spreekschema de tijd noteren. Mocht je tijdens de echte presentatie merken dat je er langer over doet, dan kun je delen schrappen. Voor een echt belangrijke presentatie kun je een proefpresentatie houden voor vrienden of bekenden. Dat is een aardige manier om feedback te krijgen en een inschatting te maken van de tijd.



    Audiovisuele hulpmiddelen kunnen je presentatie ondersteunen. Je kunt hierbij denken aan een video, een overheadprojector of aan het gebruik van powerpoint. Vooral als je opsommingen geeft, kan een gepresenteerde lijst ondersteunend werken. Maar schrijf nooit te veel op en ga zeker niet je hele presentatie projecteren op een scherm. Dat leidt alleen maar de aandacht af en je kunt je afvragen of je dan niet net zo goed de hele tekst in ieders postvakje kunt stoppen…

    Zorg er in elk geval voor dat je je náást het scherm opstelt, zodat iedereen het goed kan zien. Gebruik een aanwijsstokje om punten aan te wijzen en niet je vingers, want dan sta je zelf te veel voor het scherm.


     
    © www.meesterrien.nl, laatste wijziging 10-12-2012 Webdesign by boensma.net print page